Shotokan is de eerste en meest beoefende stijl van het moderne karate. Shotokan karate omvat lage standen en harde technieken. Verder wordt er veel geoefend op kihon (basisoefeningen), kata en kumite. De beoefenaars van Shotokan karate hechten veel waarde aan de historische achtergrond van het karate en eren daarmee een lange traditie.

Kumite in 1926

Over de exacte oorsprong van karate tast men nog in het duister, maar reeds tijdens de Meiji-periode was karate heel bekend bij het Japanse volk. Er zijn verschillende verhalen in de omloop.
Oorspronkelijk betekende karate "Chinese hand", in het
Japans wordt het Chinese teken Tang als Kara gelezen. Het Chinese karakter slaat terug op de Tang-dynastie. Op het eiland Okinawa is dit dan ook de betekenis die men nog steeds aan de term karate geeft. In 1937 werd de betekenis van karate echter gewijzigd en las men het in het Japans als lege (kara) hand (te). Dit niet in de laatste plaats omdat de Japanners niet op goede voet stonden met de Chinezen en derhalve een verwijzing naar dat land niet wilden erkennen in het karate. De legende gaat dat zo'n 1500 jaar geleden een boeddhistische priester, Daruma Taishi (ook bekend als Bhodi Dharma), vanuit Zuid-India naar China reisde om er de 18 mysteries van Lohan Tao te onderwijzen in het Shaolin klooster te Chung Shan in de Hunan provincie.
Daruma's mysteries van Zen waren zeer moeilijk aan te leren en de intense beoefening van soberheid tijdens de opleidingsperiode putte zijn volgelingen zowel geestelijk als lichamelijk volledig uit. Velen die zijn onderrichtingen wilden bestuderen moesten onderweg opgeven. Om deze toestand recht te zetten onderwees Daruma hen in een bepaalde
doctrine, de onscheidbaarheid van lichaam en geest (Eki Kinkyo) genaamd, de basis van het Chinese Kempo (Kempo = vuist van Shaolin). Eigenlijk was dit gewoon een oefenening om het lichaam gezond en sterk te houden.

De Shaolin (op zijn Japans: Shorin) vechtkunst regeerde in China en kende een bloei van honderden jaren. Geleidelijk aan vond de Shaolin-kunst van de zelfverdediging haar weg naar Okinawa via imigranten en handelsroutes. Hoewel Okinawa al wel degelijk een geheel eigen vorm van Kempo kende ('Shuri-Te' of 'Bushi-te'), werd de ontwikkeling van het Okinawa-karate sterk beïnvloed door Shaolin. Op Okinawa ontstonden stijlen die aan deze invloeden doen herinneren zoals 'Shorin Karate' en 'Shorinji Kempo'. De originele ontwerper van de oudste Okinawaanse krijgskunst, Shuri-Te (ook wel Tote-Jitsu genoemd), was Sokon 'Bushi' Matsumura (1798-1890). Hij zou volgens de overleveringen later het Shaolin klooster in China hebben bezocht. Sokon Matsumura was het hoofd van de beveiliging in Shuri Castle op Okinawa. Hij wordt tot op de dag van vandaag gezien gezien als de originele grootvader van Karate. Hij ontwikkelde de vroegere voorloper van Karate in Shuri Castle dat door velen dan ook niet voor niets wordt beschouwd als het mekka van Karate. Karate mag dus ondanks haar invloeden wel degelijk gezien worden als een originele Okinawaanse zelverdedigingskunst. Het was de enige kunst ter wereld die, noodgedwongen door wetgeving, geen gebruik maakte van wapens. Dit in tegenstelling tot het Chinese Kempo!

Shuri Castle:

In Okinawa werd karate eeuwen na elkaar in het geheim beoefend tot het in 1901 opdook als onderdeel van het onderwijsprogramma in de eerste middelbare school van Okinawa. Meester Anko Itosu was de eerste (officiele) instructeur en een persoonlijk leerling van Sokon Matsumura. Het was aan deze school dat Meester Gichin Funakoshi (Geboren, 10-11-1868 te Naha, gestorven 26-04-1956 te Tokyo) zijn opleiding genoot en in 1916 introduceerde hij karate in Japan. Meester Funakoshi werd de pionier van het moderne karate en hij zou de rest van zijn leven wijden aan het populariseren ervan. Ondanks dat iedereen zijn stijl 'Shotokan' begon te noemen drukte Funakoshi iedereen op het hart dat die naam door zijn leerlingen aan het Karate was gegeven en niet door hemzelf. Shoto verwijst naar het pseudoniem dat Funakoshi gebruikte en Kan verwijst naar de hal waar de studenten oefenden. Funakoshi was in principe tegen stijlnamen zoals we in zijn boek Karate Nyumon kunnen lezen. Voor Funakoshi was alle Karate gewoon Karate, niets meer en niets minder.

Gichin Funakoshi:

 

In zijn voetsporen kwamen er nog andere karatemeesters van Okinawa naar Japan. Het karate kende er een snelle verspreiding en er werden al snel veel karatescholen opgericht. Daaropvolgend werden er toernooireglementen opgesteld om van karate een competitiesport te maken.

Okinawa in Japans 沖縄県

 

Tijdens de Japanse bezetting van Korea werd het de Koreanen verboden om eigen cultuur te beoefenen. Koreanen mochten echter wel Kendo, Judo en Karate beoefenen. Ondanks dat de Koreanen wisten dat hun voorouders ooit eigen krijgskunsten beoefendhadden onder de namen Subak en Taekgyeon wist niemand hoe deze eruit moesten hebben gezien. Het boek de Muyedobotongji was hun enige stille getuigen en van plaatjes kon niemand leren. Met behulp van het Okinawaanse Karate konden de Koreanen beginnen aan een reconstructie die vandaag de dag bekend staat als Taekwondo. Karate bleef echter ook populair in Zuid-Korea onder de namen Kong Soo Do en Tang Soo Do.

Karate is een vechtsport maar het bevat alles behalve agressie. Bij karate gaat het dus niet om het winnen of verliezen, maar om een verbetering van je karakter. Karate mag uitsluitend voor zelfverdediging gebruikt worden en zoals een gezegde luidt: "Karate Ni Sente Nashi", ofwel "In karate is er geen eerste aanval". Een ander beroemd gezegde luidt: Een vermeden gevecht is een gewonnen gevecht'.

De naam Shotokan werd geïntroduceerd in 1939, toen de eerste karate-dojo werd geopend. Shotokan betekent letterlijk school van Shoto. Shoto, wat pijnbomen betekent, is de dichtersnaam van Gichin Funakoshi. Het ruisen van de pijnbomen gaf hem inspiratie voor zijn gedichten en de rust die benodigd is voor het beoefenen van karate. Deze eerste karateschool werd verwoest in 1945 bij een Amerikaanse luchtaanval.

Shotokan:                                      Karate-do:

                         

Het moderne Shotokan Karate stamt uit Okinawa, een Japans eiland. In Okinawa bestond al sinds 1470 een verbod op wapenbezit. Chinese gevechtsvormen, zowel met als zonder wapens, werden geïntroduceerd en in de loop der tijd aangevuld met technieken uit andere Aziatische landen met een gevechtstraditie.

Okinawa is een Japans eiland in de Oost-Chinese Zee. Het is het hoofdeiland van de Riukiu-eilanden. De hoofdstad is Naha. Okinawa heeft een eigen taal en een eigen cultuur, die afwijkt van de Japanse cultuur. De inheemse taal heet Uchinaguchi en wordt door steeds minder inwoners gesproken. In de dertiende eeuw bestond Okinawa uit drie elkaar rivaliserende vorstendommen: Hokuzan in het noorden, Chuzan in het midden en Nanzan in het zuiden. In 1429 wist vorst Hashi Sho van Nanzan Okinawa te herenigen. Zo ontstond het Koninkrijk Riukiu.

In 1609 viel de Japanse Satsuma-clan Okinawa binnen vanuit Kyushu. Het Koninkrijk Riukiu werd opgenomen in het shogunaat van Japan, maar bleef semi-onafhankelijk en onderhield ook betrekkingen met China. Vanaf 1872 behoorden Okinawa tot het Japanse keizerrijk. In 1879 werd het volledig geannexeerd.

Het Tode of Te, de gevechtstechniek op Okinawa, bestond uit een ongewapende vorm (het latere Karate) en een gewapende vorm (het Okinawa Kobudo). Alles werd in het geheim beoefend tot 1875 toen Okinawa een officieel deel werd van het Japanse keizerrijk. Dit hield tevens in dat de inwoners van Okinawa dienstplichtig werden en bij de keuringen hiervoor viel hun goede lichamelijke conditie op, die verkregen was door Tode. De Japanse regering was onder de indruk en gaf toestemming het Tode te onderwijzen op scholen in het gymnastiekprogramma. Omstreeks 1912 kregen officieren van de Japanse vloot karatetraining in Okinawa. In 1922 nodigde het Japanse Ministerie voor Onderwijs een karate-jutsu-expert, Gichin Funakoshi, uit om een demonstratie te geven. Hij gaf verschillende demonstraties aan universiteiten.

Kort daarna kreeg Gichin de eer om zijn vechtkunsten te demonstreren aan het Keizerlijk Hof, meer bepaald aan keizer Hirohito. Deze was stomverbaasd over de combinatie van eenvoud, enorme effectiviteit en schoonheid. Hoewel de keizer Gichin grote geldsommen en bedienden aanbood, weigerde Gichin dit. Hij wilde alleen een hut, een grote zaal en een tempel vlakbij. Daar onderwees hij anderen in Karate en reisde vaak door Japan om zijn kunst te promoten.

Gichin Funakoshi:

In 1924 had Funakoshi aangetoond dat het wenselijk was het karate op te nemen als vast onderdeel van de lichamelijke opvoeding. De Keio-universiteit in Tokio was de eerste die hiervoor een dojo inrichtte en de universiteiten van Shoha, Waseda en Hosai volgden dit voorbeeld. Funakoshi's monopoliepositie bleef niet onaangetast en rond 1930 kwam ook Kenwa Mabuni naar Japan. Zij hadden beiden les gehad van de beroemde sensei Itosu. Omstreeks 1932 hadden nagenoeg alle universiteiten dojo's voor karate-jutsu en het is begrijpelijk dat de Japanners het Karate verder ontwikkelden.

Funakoshi trok zich meer en meer terug en het lesgeven werd steeds meer overgelaten aan zijn zoon Yoshitaka en andere van zijn leerlingen. Dezen gaven het moderne Shotokan Karate vorm. Verder veranderde Funakoshi de benaming van de kata’s en de Okinawabenaming werd veranderd in de Japanse benaming. Funakoshi onderwees zijn karatevorm voornamelijk d.m.v. kata; zijn standen waren hoog en hij introduceerde het kihon, maar schonk nauwelijks aandacht aan het kumite.

Yoshitaka Funakoshi:

 

Zijn zoon Yoshitaka ging veel verder en hij was degene die de lage standen introduceerde. Hij ontwikkelde nieuwe traptechnieken zoals mawashi geri en ura mawashi geri. Hij ontwikkelde verder kumitevormen en huldigde het principe dat iedere aanval, iedere houding tot het uiterste moet worden ingezet, overdreven tot het extreme, zodat er in situaties waarin je geremd bent, nog voldoende kracht over is om te overwinnen.